|
Op den top verheffen zich drie zonen van Noë. Cham staat schreiend naast zijne twee broeders, daar zijn vader hem vervloekt heeft. Een monster grijnst hem van terzijde aan, als symbool zijner straf voor de zonde van onkuischheid (1). Is deze laatste groep de gebruikelijke voorstelling der ontucht, die van het 1e wangstuk is de algemeene type der dronkenschap. | 212 |
| Noten | |
| 1. | Op de plint beneden zit eene biddende monnikstype met een geopend boek (getijden-gezang in het gestoelte). |
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 69, 70, 71, 73 (afb. 7), 74, 75, 76, 142-143
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 76, 78 (afb.)
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 377, 379
C. Peeters, De kathedrale basiliek van St. Jan te 's-Hertogenbosch (1973) 59 (pag.)
C.F.Xav. Smits, De Kathedraal van 's-Hertogenbosch (1907) 212